10-11-08

Hoboken, de rechtse kern van Antwerpen

decoration

Als je er een beetje anders uitziet is het niet leuk vertoeven in Hoboken.

Het is niet leuk vertoeven in Hoboken met al diegenen die er zonodig anders moeten uitzien.

2 partijen die steevast naast elkaar wonen in Hoboken, Antwerpen. Hoboken is een district dat meermaals in kranten werd aangehaald als een rechtse kern in Antwerpen. Het is vooral hier waar de rechtse partij Vlaams Belang een groot aandeel heeft.

Als je door de bekende winkelstraat Abdijstraat loopt, is de spanning te snijden. De blikken van enkele oudjes op een gesluierde dame met babywagen en drie kinderen die zonodig de weg moet versperren is veelzeggend.

Ik ben in de C&A. Er staat een typisch lange rij aan de kassa. Ik sta achter een Hobokense vrouw die haar frustraties uit aan een vriendin die er plots bij is komen staan. "Zijn jullie samen?", vraag ik beleefd. Ik moet toch een beetje kunnen inschatten hoe lang die rij op deze manier kan gaan worden. "Nee", zegt de vrouw geïrriteerd en ze negeert mij lachend terwijl ze verderkeuvelt met haar -duidelijk goede - vriendin...en ja ze schuift toch aan. De Hobokense vrouw is heel blij dat ze die "onnozele trut na die begrafenis nooit meer heeft hoeven zien. Was me da voor een achterlijk ding. Stuurt die een kortje no maai e paar doagen veur die begrafenis. Joa sorry zee se, iederien ee da kortje zoe loat gekree.Oa jao zee kik dan zalder veul volk op die begrafenis gewiest zaan. Shtoeme trut!!" Ze schudt wild met haar korte haar dat desondanks in scherpe pieken blijft hangen. De vriendin knikt vol begrip terwijl ze nog netjes voorstekend aanschuift. Hun aggressieve houding schrikt me af.

Met dit soort mensen wil ik niet onderhandelen over aanschuiven en hoe dat in zijn werking gaat. Ik kijk naar hun kledij. De Hobokense vrouw heeft een jeansbroek en een donkerblauwe fleecetrui aan. Haar felblauwe mascara en acajou haar maken de look compleet.  Haar nieuwe vriend draagt ook een jeansbroek en een "scottfrak". De vriendin is nog het meest elegant met een jeansbroek, beige fleecetrui en een rood sjaaltje. "Vierde wereld", denk ik ineens. Vierde wereld, denk ik vaak als ik in Hoboken ben.

En dan gebeurt het: iedereen is uitgepraat en men gaat nu op zoek naar een oorzaak voor deze lange rij dewelke onmogelijk kan zijn: het feit dat er nu eenmaal veel mensen zijn en maar een kassierster. De kassierster bedient op dat ogenblik een Marokkaanse man en zijn gesluierde vrouw. Ze hebben een cadeautje gekocht, aan de keuze te zien voor een geboortefeestje. De kassierster vraagt hen of ze het voor hen moet inpakken. De man antwoordt daarop: OK. Zijn gesluierde vrouw vindt het ook goed terwijl ze met een bewonderende glimlach kijkt hoe de kassierster met veel zorg de babykleertjes in het geschenkkarton probeert te wringen. Het wil niet zo goed lukken. Gezucht. Geblaas in de rij.

"Da pakke ze toch noeit in?"

"Neu, dad emme kik oek nog noeit geweute."

"Da pakke ze toch ni in, hè, in de Ceu&Ao?"

"Nenee."

"En dan zegge ze da waaj raciste zen."

"Ah ja, want voor wie doen zet dan weer, hè...Aja, sie. Ni fer ons"

"De volgende kier meuge ze da vor maaj oek doen zenne."

"Tis oek altaat etzelfde."

"Madam, geft da pak gewoen meu on die mense en lot ze da zelf inpakke, wasdana!"

De Marokkaanse man wil nu reageren en zegt in een gebrekkig Nederlands:

"Genoeg. Gien gezeever!"

"Waaj zievere ni, das altaa etzelfde me olle en as waaj iet zegge dan zen waa raciste. Joa mo neu, tis toch soe, of ni, aa, awel."

De man negeert wijs de verdere aanvallen terwijl nu ook de kassierster het voor hem opneemt:

"Ik heb er nog altijd maar twee, he, en daar moet ik het mee doen. Dus aub, een beetje geduld."

"Neu, mor das goe, ge kunt zien da wij dan allemol vanaf naa ons cadeukes ingepakt krage baa de Ceu&Ao."

Er komt versterking, een tweede kassa gaat open. De elegante vriendin wil snel naar die kassa vluchten via een kortere weg maar komt al snel tussen twee paaltjes vast te zitten. Elegant is niet noodzakelijk slank. Wanhopig gooit ze haar aankopen op de toonbank om toch maar die eerste plaats te bemachtigen terwijl een oude dame, die er al staat, zegt dat ze wel zal wachten tot ze langs de gewone doorgang komt aangeschoven.

"Neu mor, 't sal wel lukke zenne." Ze probeert en probeert, maar uit angst een nog grotere scène te veroorzaken wanneer de paaltjes omvallen, besluit ze nu toch wijs om via de gewone doorgang naar de tweede kassa te gaan.

Einde verhaal.

Buiten de winkel blijft de kassascène zich nog enkele uren in mijn hoofd afspelen.

"Ah ja, want voor wie doen zet dan weer, hè...Aja, sie. Ni fer ons"

"En dan zegge ze da waaj raciste zen."

"Genoeg. Gien gezeever!"

"En dan zegge ze da waaj raciste zen."

"En dan zegge ze da waaj raciste zen."

Ik waan me in een heel ander tijdperk. Ik vond het een schrijnende scène. Ik was volledig verlamd. Voor het eerst dacht ik, voelde ik met heel mijn lichaam: ik ben een minderheid. Ik ben in de minderheid.

Om te huilen was dit. Ik wou dat ik dit niet had moeten zien, maar na zoveel horen van, was een (zoveelste) confrontatie met de harde realiteit misschien nog eens nodig. Ik weet het niet.

Doemdenken is niets voor mij, maar ik ben wel realistisch. Het is een tijdbom die m.i. lelijk gaat ontploffen. De vraag is: wie zal hem afsteken?

 

 

De commentaren zijn gesloten.