01-04-10

Neonazisme in de supermarkt

 

decoration"De pijlen", de oude man gebaarde wild met zijn armen in verschillende richtingen terwijl hij maar bleef herhalen: de pijlen. Zijn fijne zwarte bril gaf zijn lang gelaat een streng trekje. Verdiept in een gesprek met mijn oma, begreep ik eerst niet wat de man bezielde. Daarna zag ik dat hij zich druk maakte omdat hij niet door kon. In beide richtingen stonden twee winkelkarretjes stil. Het mijne en dat van een andere bejaarde.

"De pijlen", op de grond stond een grote witte pijl die wees in de richting achter mij.
"Ach, zijn er pijlen. Kijk eens aan.", merkte ik grappend op.
"Ja, en gij sta ni goe. Dat is uwen eerste keer hier zeker? * "


Dit gesprek had een zeer bittere smaak en geschokt door zoveel boosheid wist ik eerst niet goed hoe ik hierop moest reageren. Dus stak ik af met scenario 1: Bewaar de Vrede.


"Ach, meneer, het winkelen moet toch leuk blijven. Is dit echt nodig? Als u niet door kan, dan kunnen we toch ook gewoon even opzij gaan? U hoeft dat alleen maar te vragen."

De oude man raaskalt maar door over pijlen die niet gevolgd werden en hoe dat alles ertoe leidde dat hij met zijn winkelkarretje vastliep. Ik voelde dat ik lichtjes begon te ontsteken, ook omdat er helemaal niet naar mij geluisterd werd. Aldus werd het tweede scenario, Scenario  **** you, in gang gezet. Dat ging ongeveer zo:


"Ach, bespaar mij uw onzin over pijlen. Wij hebben ook wiskunde gehad hoor."
"Ah, ja da zoude ni zeggen."

Black-out.

Wat moest ik hierop zeggen? Mijn verstand riep: Doe iets, zeg iets, doe dan, zeg dan! Wat dan? Wat moest ik zeggen? Ik kon niks meer bedenken dat nog indruk zou kunnen maken op deze mensen, als ik ooit al indruk had kunnen maken op mensen van dit caliber. Ik wilde nog proberen met: Wordt kennis van wiskunde tegenwoordig gemeten aan de hand van gehoorzaamheid aan de pijlen in de supermarkt, maar daar zou ik mezelf gewoon nog meer mee voor schut gezet hebben. Alle mensen in die winkelgang luisterden mee, maar staken wijs hun neus in de bloem, suiker of rommelden naar wat groenten. Geruisloze apathie.

Niemand?

Ik nam mijn winkelkarretje, en mijn oma. "Kom we doen verder met onze boodschappen.", zei ik kordaat. De oude man en zijn vriend mompelden nog wat verder.

Even later merkte ik dat ik iets vergeten was en keerde terug naar de crime scene. De man verliet zijn vriend en liep nu gehaast door.
"Vergeet je pijlen niet.", riep ik hem na.

Hij stopte en riep vanuit de verte.
"Ge hebt wel ne franken teut, he. Als ge nie oppast dan gaan der dingen gebeuren en ligt ge straks in 't ziekenhuis."

Ik ben alvast niet bang om ongewillig het slachtoffer te worden van zinloos geweld gepleegd door een neonazi op een publieke plaats als een supermarkt waar aanzienlijk veel risico bestaat om betrapt en vervolgd te worden. Een blonde dame, ik schat 35, die het spel van bij aanvang gevolgd heeft, zucht nu:
"Allez, mannekes."

"Ja, maar,...", begint  de oude man "Nee, wete. Tegen u ga ik niks beginnen. Wij verstaan mekaar, he. Wij zijn van de Germanen."

De vrouw knikt en lacht onwennig terwijl ze gefocused blijft op de pakjes suiker in het rayon. Ik besluit dat dit gesprek voor mij afgerond is en ga terug naar de groente-afdeling waar mijn oma op mij wacht.

Ik heb geen Germaanse roots en daarom blijven dit soort scènes mij achtervolgen. Jammer. Ik heb een slecht gevoel, niet van minderwaardigheid, heb ik net iets te veel karakter voor, maar ik denk niet dat ik juist heb gereageerd. Ik wou dat ik meer had gedaan of gezegd, maar ik weet niet wat.

Ik wou dat iemand het voor mij had opgenomen, van alle mensen die zwijgend toekeken. Of enigszins had aangemoedigd.

Ik ben ook zwaar getroffen door de totaal verschillende niveaus waarop deze discussie plaatsvond. Op mijn niveau zag ik hem alleen maar als een bejaarde man met een ochtendhumeur terwijl zijn discussieniveau over het feit dat ik in de tegenovergestelde richting reed met mijn winkelkarretje (like wtf Onbeslist) al meteen politiek beladen werd en hij mij bekeek als...als wat eigenlijk, zou je je kunnen afvragen. Als ik op zijn toon moet afgaan, dan zou ik gokken op ongedierte.

En nu wil ik een beetje humor om af te sluiten.

 

 

 

 

... Erm, neen, dit was geen aprilgrap.

*= in een blanke supermarkt. Dat bestaat nog vandaag de dag, zo blijkt althans.

De commentaren zijn gesloten.